2 beginnersvragen
1) Wat is de beste stand? AF-A AF-S of AF-C? Moet men hiertussen switchen?
2) hoe detecteert een camera een afstand? Een grote wagen veraf kan men even groot in scherm brengen dan een miniatuurwagentje dichtbij en toch zal de scherptediepte anders zijn omdat de camera op één of andere manier weet dat ze zich op een andere afstand bevinden.
Thanks.
Tommy
Nikon D5000 + Nikor 50mm 1.8G + Nikkor DX AF-S 18-55 3.5-5.6 GII ED + Sigma DG 70-300 4.5-5.6 + YN-560
1 Mijn camera staat bijna altijd op AF-C en soms op MF(of op de lens).
2 is dit belangrijk, het werkt, weet je van ieder deel van je camera hoe het werkt?
Nikons, Nikkors, Sigma's en Tamrons..15 tot 400mm en nu ook een Pen + Zuiko's en Lumix...
Waarom stel ik deze vraag dan? Omdat ik iets wil bijleren en dacht dat dit de bedoeling van een forum is...diegene die het weet zal me met plezier wss verder helpen met deze algemene vraag zoals ik een ander probeer verder te helpen===> ik heb niet gevraagd hoe alle draadjes intern gelinkt zijn aan elkaar tot aan de sensor...![]()
Nikon D5000 + Nikor 50mm 1.8G + Nikkor DX AF-S 18-55 3.5-5.6 GII ED + Sigma DG 70-300 4.5-5.6 + YN-560
wie niet spreekt wordt niet gehoord, wie niet schrijft wordt niet gelezen.
Onze albums: http://s281.photobucket.com/user/tut...0polder?sort=3
Nikon D5000 + Nikor 50mm 1.8G + Nikkor DX AF-S 18-55 3.5-5.6 GII ED + Sigma DG 70-300 4.5-5.6 + YN-560
wie niet spreekt wordt niet gehoord, wie niet schrijft wordt niet gelezen.
Onze albums: http://s281.photobucket.com/user/tut...0polder?sort=3
Scherptediepte heeft niets met focussen te maken, dat heeft te meken met: brandpuntafstand, afstand, diafragma en sensorformaat.
Voor de scherpstelling gebruikt de camera scherpte van de afbeelding op een bepaalde manier. De afbeelding wordt via een spiegeltje achter de hoofdspiegel naar de AF-sensoren in de bodem van je camera, daar wordt de scherpte gedetecteerd en de lens aangestuurd en zal de afbeelding scherper of onscherper worden tot het beeld scherp is.
Nikons, Nikkors, Sigma's en Tamrons..15 tot 400mm en nu ook een Pen + Zuiko's en Lumix...
inderdaad, daar heb je gelijk in, maar afstand speelt dus toch een rol
zie bvb... http://www.dofmaster.com/doftable.html
Nikon D5000 + Nikor 50mm 1.8G + Nikkor DX AF-S 18-55 3.5-5.6 GII ED + Sigma DG 70-300 4.5-5.6 + YN-560
Nikons, Nikkors, Sigma's en Tamrons..15 tot 400mm en nu ook een Pen + Zuiko's en Lumix...
Nikon D5000 + Nikor 50mm 1.8G + Nikkor DX AF-S 18-55 3.5-5.6 GII ED + Sigma DG 70-300 4.5-5.6 + YN-560
Je moet scherptediepte zien als een fysisch fenomeen. Je kan evengoed vragen waarom weet een appel altijd in welke richting ie moet vallen ? Even zoeken op dit forum zal je vast en zeker wijzer maken.
Een bepaalde scherptediepte is een gevolg van de instellingen van je camera, zijnde diafragma opening en afstand tot het onderwerp.
Aan de andere kant, los daarvan, op het ogenblik dat focus bereikt is, zullen sommige objectieven afstandsinformatie doorzenden naar de camera ( veel canon lenzen doen dit ) Dit is als het ware een electronische versie van de afstandsschaal op de lens. Deze afstandsinfo wordt in sommige gevallen (bv canon ETTL II) gebruikt als input om de flits belichting bij te bepalen.
Jos
[ nick gewijzigd - was vroeger joxyD ] Canon stuff.
Automatisch scherpstellen gebeurt met AF-sensoren d.m.v. contrastmeting of fasedetectie. Duurdere camera's hebben gewoonlijk meer AF-sensoren dan goedkope (bv. resp. 11 en 5).
In het zoekerbeeld wordt de actuele AF-sensor meestal aangegeven. Je kunt de camera zelf laten beslissen een of meer AF-punten te kiezen of je kan zelf selecteren (bv. om steeds het centrale AF-punt te gebruiken).
Lees daarover meer op wiki.
Nikon Coolpix 995 - Fuji Finepix F10 & F30 - Panasonic DMC FZ5 - Pentax K100D super, K20, K200, K-m, K-x & K-5.
1) AF-S is een eenmalige scherpstelling waneer je de knop half indrukt, AF-C is een continue meevolgende AF voor bewegende objecten.
2) Automatisering van de afstandinstelling bleek technisch veel moeilijker dan b.v. de automatische belichting. Daardoor heeft het tot de zestiger jaren geduurd voor de eerste fabrikant met een autofocussysteem op de markt kwam. Dat was Polaroid, die een van zijn duurdere direct-klaar camera's ermee uitrustte. De werking was regelrecht afgekeken uit het dierenrijk. De vleermuis met z'n ultrageluid heeft model gestaan voor een systeem van Polaroid, waarbij een ultrasoon geluid (voor het menselijk oor niet hoorbaar) werd uitgezonden. Uit de tijd die verliep tussen uitzenden en terugkaatsen van dat geluid werd de afstand berekend en met deze informatie werd "vanzelf" de juiste afstandsinstelling ingesteld. Het voordeel van een goede afstandinstelling is dat een wat minder grote dieptescherpte is vereist, het diafragma dus wat groter kan zijn en de belichtingstijd korter. De opname is dan minder gevoelig voor bewegingsonscherpte. Het zal duidelijk zijn dat dit soort autofocussystemen onderwater niet bruikbaar is. In de eerste plaats zou het frontglas direct het geluid reflecteren en dus een zeer korte afstand suggereren. Daarnaast is de snelheid van het geluid in water ongeveer vijf maal zo hoog als boven water, waardoor de afstandsberekening volledig verkeerd zou zijn.
De Japanse foto-industrie kwam daarna met een soortgelijk systeem, nu echter niet uitgevoerd met ultrasoon geluid maar met een infrarode lichtstraal. Deze camera's onderscheiden zich door de aanwezigheid van twee "ogen", één voor het uitzenden van een infrarode straal, de ander voor het opvangen ervan. De werking is verder gelijk aan die van het Polaroid-systeem. Het tijdsverschil tussen uitzenden en ontvangen van het infrarode licht is bepalend voor de afstand waar het objectief op ingesteld moet worden. Het zal duidelijk zijn dat ook dit systeem voor onderwater ongeschikt is. De infraroodstraal zal door water sterk gedempt worden waardoor de teruggekaatste straal veel minder intensief is. Bovendien kan ook hier het frontglas roet in het eten strooien.
Een doorbraak op auto-focusgebied kwam er pas toen de fabrikanten het z.g. contrast-image-systeem hadden ontwikkeld. Hierbij heeft het menselijk oog zelf als voorbeeld gediend. Als wij een beeld op scherpte controleren doen we dat door een groot aantal beeldelementen (pixels) onderling te vergelijken. Als het onderling contrast maximaal is, is het beeld scherp. Dat betekent voor de camerafabrikanten dat ze een systeem moesten ontwerpen dat van een aantal (hoe meer hoe beter) beeldpunten het onderling contrast moest worden bepaald. Door (elektrisch) verdraaien van de lens kan dan de maximale scherpte worden bepaald.
Nikon, één der pioniers op dit gebied, heeft een chip ontwikkeld waarop een tweehonderdtal beeldpunten onderling wordt vergeleken en waaruit de conclusie wordt getrokken. Die vergaande elektronificering maakt het mogelijk met bijzondere toepassingen te komen. Zo is het mogelijk bewegende onderwerpen "scherp" te houden. Bij de NIKON RS reflexonderwatercamera is het zelfs zo dat je tevoren een afstand kunt instellen en als het onderwerp dan die afstand bereikt wordt de foto vanzelf gemaakt!
Hier klopt dus de slogan van vroeger niet meer. Kodak zei ooit "You press the button, we do the rest", maar dat is door dit autofocussysteem achterhaald, zelfs een domme vis kan zich nu scherp en goed belicht fotograferen zonder zich daarbij druk te hoeven maken over welke instelling dan ook; alles gaat automatisch. Of daarbij de lol niet van de fotografie afgaat is iets dat NIKON zich niet afvraagt; die maakt slechts gebruik van de mogelijkheden die de moderne technologie ons biedt. Of de opname dan echt fraai wordt, is en blijft een menselijke aangelegenheid; wij bepalen gelukkig nog steeds de compositie en wij bepalen achteraf ook of de foto compositietechnisch gezien als geslaagd mag worden betiteld.
Tegenwoordig werken alle digitale camera's, ongeacht of dit nu compact- of spegelreflexcamera's zijn, met dit contrast-image-systeem. Er zijn maar weinig omstandigheden waarbij het niet goed werkt, maar dan kan het vaak uitgeschakeld worden en kan de fotograaf zelf de scherpstelling uitvoeren.
Laatst gewijzigd door demeyereg; 4 oktober 2010 om 10:11
Nikon D800/ AF-S Nikkor 24mm f1.4 G/ AF-S Nikkor 35mm f1.4 G/ AF-S Nikkor 50mm f1.4 G/ AF-S Nikkor 85mm f1.4 G/ Nikon SB-700
HET grote verschil tussen autofocus van een een SLR en een compactje is dat de spiegelreflex camera's net geen contrast detectie af moeten gebruiken !!!
SLR camera's werken met een phase detect AF sensor. Dit is een AF systeem die werkt zoals men manueel met een rangefinder camera kan focussen. Het focussen gebeurt door aan de focus ring te draaien tot twee beelden perfect over elkaar passen. Het voordeel van dit systeem is dat de AF sensor dmv de afstand tussen de twee beelden die over elkaar moeten passen kan bepalen, en hierdoor de AF motor zo kan aansturen dat ie in één ruk op de juiste plek staat. Hierdoor is phase detect AF zo snel. De AF sensor bij SLR camera's zit meestal onderin het spiegelhuis. De hoofdspiegel is half doorlatend. Een deel van het beeld komende door de lens valt via een kleinere spiegel achteraan de hoofd op de AF sensor zie http://commons.wikimedia.org/wiki/Fi...2912_fig_3.png.
In live view modus is de spiegel omhoog geklapt en valt het beeld op de sensor. Hierdoor werkt de AF sensor niet langer. Hierdoor met de camera terugvallen op contrast detect AF. Hierbij wordt van het beeld van de sensor het contrast bepaald op een bepaalde plaats (uw AF punt). Is het contrast maximaal, dan is de focus goed. Nadeel van deze manier van focussen, is dat de camera via trial & error de focus moet bepalen. In een cyclus van "af motor wordt aangestuurd" + "contrast wordt opnieuw gemeten" wordt de correcte focus bepaald. Zo'n cyclus gaat vrij snel, maar omdat deze vaak herhaald moet worden, is contrast detect AF toch heel een stuk trager dan phase detect AF. Dit is dus een probleem voor filmen met een SLR.
Sony heeft dit met hun nieuwe SLT toestellen (a33 en a55) handig opgelost door een half doorlatende spiegel te gebruiken. Via deze spiegel worden zowel de AF sensor als de beeldsensor tegelijk belicht. ( zie http://www.dpreview.com/reviews/sonyslta55/page2.asp Nadeel hierbij dat de optische zoeker verdwenen is en vervangen door een electronische ( maar wel een hele goeie ). Doordat de spiegel altijd kan blijven staan, kan men de toestellen ook een stuk sneller maken dan de meeste conventionele SLR's.
Jos
[ nick gewijzigd - was vroeger joxyD ] Canon stuff.
Prachtige uitleg, heren, dank u wel, heb hier veel van geleerd !!!![]()
Nikon D90 / 16-85VR / 70-300VR / 80-200f2.8 / 35f1.8 / 50f1.8 / 85f1.8 / SB600 / Tamron 10-24 / 17-50f2.8 / Sigma 50-150f2.8 / 400f5.6
Bij deze wil ik uiteindelijk ook eens mijn dank uitdrukken voor de goede uitleg dat ik kreeg op m'n vraag!...ik vind het prachtig welke moeite jullie hierin hebben willen steken om me weer eens wat te helpen "verslimmen" op het technisch gebied van fotografie!
Nikon D5000 + Nikor 50mm 1.8G + Nikkor DX AF-S 18-55 3.5-5.6 GII ED + Sigma DG 70-300 4.5-5.6 + YN-560